het ABC van de hogeschool

Aanvullingstraject (aanvullingsprogramma)

Als je een graduaatsdiploma hebt behaald, kan je, met studieduurverkorting, een aanverwante professionele bacheloropleiding behalen via een aanvullingstraject van 90 à 18 studiepunten.

Academiejaar

Een academiejaar (een ‘academisch jaar’ in Nederland) is een schooljaar in het hoger onderwijs. Het begint tussen 1 september en 1 oktober (gewoonlijk op de derde maandag van september) en eindigt op 31 augustus.  

Academische bachelor

Zie: Bacheloropleiding

Academische kalender

In de academische kalender vind je een overzicht van activiteiten, feestdagen, examenperiodes, proclamaties en vakanties tijdens het academiejaar. Handig voor je studieplanning.

Afstandsonderwijs

Thomas More biedt enkele opleidingen geheel of gedeeltelijk aan in afstandsonderwijs. Je moet niet naar de campus komen om les te volgen, maar je leert via online onderwijs en zelfstudie op die momenten die jou het best uitkomen. Uiteraard krijg je daarbij intensieve coaching van een studietrajectbegeleider.

Afstudeerrichting en keuzetraject

Een afstudeerrichting is een officiële speciali­satie (van minstens 30 studiepunten) binnen een opleiding die op het diploma wordt vermeld. De opleiding Sociaal Werk bijvoorbeeld heeft een gemeenschappelijke basis, maar de student kiest (gewoonlijk in de 3de fase) voor een specialisatie. Zo heeft Sociaal Werk vier afstudeerrichtingen: Maatschappelijk Werk, Maatschappelijke Advisering, Personeelswerk en Sociaal-Cultureel Werk.

Een keuzetraject is een specialisatietraject binnen een opleiding dat je de kans geeft jouw persoonlijk profiel te verscherpen. Een keuzetraject kan verschillende vormen aannemen en zelfs opleidingsonderdelen uit verschillende opleidingen bevatten. De hogeschool kan zelf bepalen welke keuzetrajecten ze organiseert.

De bachelor Bouw van Thomas More bijvoorbeeld biedt een traject Houtconstructies aan, met al vanaf de eerste fase specifieke vakinhouden, omdat dit beroeps­profiel veelgevraagd is op de arbeidsmarkt.  

Alumnus (alumni) 

Oud-student (oud-studenten). Heel wat opleidingen van Thomas More hebben een uitgebreide ‘alumni-werking’.

Associatie

Samenwerkingsverband tussen een universiteit en een of meerdere hogescholen. Thomas More maakt deel uit van de Associatie KU Leuven.

Bacheloropleiding

Opleiding aan een hogeschool of universiteit van minstens 180 studiepunten.

De professionele bacheloropleiding richt zich op de beroepspraktijk. Als je afstudeert, heb je de competenties (kennis, vaardigheden en attitudes) verworven om een bepaald beroep (zoals verpleger of leraar) uit te oefenen. Dit betekent niet dat je niet kan verder studeren. Via een schakelprogramma kan je doorstromen aar een academische bachelor.

De academische bacheloropleiding is in feite niet gericht op de arbeidsmarkt. Als je afstudeert, heb je de kennis en vaardigheden om aan een masteropleiding te beginnen, maar je kunt eventueel ook op de arbeidsmarkt terecht. Een academische bachelor studeer je aan de universiteit.

Bachelor-na-bacheloropleiding (banaba)

Een bachelor-na-bachelor of banaba is een verbredende en verdiepende opleiding van minstens 60 studiepunten na een professioneel bachelordiploma. Je hoeft geen leerkrediet in te zetten.

Bachelorproef

Eindwerk of finale opdracht om een bacheloropleiding af te ronden.

Bama

De bachelor-masterstructuur is een afspraak die 29 Europese landen in 1999 gemaakt hebben om te komen tot een meer uniform hogeronderwijssysteem.

Bekwaamheidsonderzoek

Je kan vrijstellingen krijgen op basis van EVC’s en/of EVK’s. De hogeschool zal dat onderzoeken in een bekwaamheidsonderzoek. Als dat OK is, ontvang je een bekwaamheidsbewijs.

Beursstudent

Als je op basis van het gezinsinkomen recht hebt op een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap.

Bijna-beursstudent

Een student die geen studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt, maar van wie het referentie-inkomen ten hoogste 1.240 euro boven de maximumgrens ligt. Het bedrag van 1.240 euro wordt jaarlijks geïndexeerd.

Blended learning

Blended learning is een mengvorm van face-to-face en ICT-gebaseerde onderwijsactiviteiten, leermaterialen en tools. Een hoger leerrendement is het doel.

Brugtraject (brugprogramma)

Zie: Aanvullingstraject

Competentie

Een competentie is iets wat je kan (in alle omstandigheden) dankzij een mix van kennis, ervaring, vaardigheden, talent en attitudes. Weten wat je te doen staat in een bepaalde beroepssituatie, hoe je een professioneel probleem moet aanpakken.

Contactonderwijs

Je volgt les on campus in direct contact met de lesgever en je medestudenten, we spreken ook wel van face-to-face onderwijs.

Contactuur

60 minuten contactonderwijs.

Credit

Een verworven studiepunt. Als het opleidingsonderdeel Engels bv. 5 studiepunten telt en je slaagt voor dit vak, dan heb je 5 credits behaald.

Creditbewijs

Het bewijs dat je een bepaald opleidingsonderdeel onder de knie hebt. De studiepunten van dat opleidingsonderdeel heb je verworven, het zijn credits geworden.

Creditcontract

Als je enkel credits voor een opleidingsonderdeel wilt behalen, maar niet de ambitie hebt om het diploma te behalen (de credits van alle opleidingsonderdelen van de opleiding) kan je je inschrijven met een creditcontract.

Curriculum

Studieprogramma of opleidingsprogramma.

Diplomacontract

Een contract tussen de hogeschool en een student die zich inschrijft om een diploma te behalen: een graduaats-, bachelor- of masterdiploma van een opleiding of een getuigschrift voor een schakelprogramma of postgraduaat.

ECTS

European Credit Transfer System: Europees creditsysteem dat het mogelijk maakt om in andere Europese landen erkende opleidingen te volgen. Zo kan bijvoorbeeld een behaald credit ‘Anatomie’ van 3 studiepunten ook tellen aan een andere (Europese) instelling. 

ECTS-fiche

Op de ECTS-fiche vind je de beschrijving van dat opleidingsonderdeel.

Educatief graduaat

Als je drie jaar nuttige werkervaring hebt in een praktijkvak kan je via de educatieve graduaatsopleiding leraar Secunair Onderwijs voor praktijkvakken worden.

Erasmus

Erasmus is het Europees mobiliteitsprogramma voor het hoger onderwijs, waarmee je een deel van je studies of stage in het buitenland kan doen. Om de extra kosten op te vangen is er ook een Erasmusbeurs.

Evaluatievorm

Hoe we een opleidingsonderdeel evalueren: via een mondeling of schriftelijk examen, via permanente evaluatie, een project of presentatie, …

EVC

(Erkenning van) een eerder verworven competentie. Als iets wat je eerder geleerd hebt in een studie of een beroep, in aanmerking genomen wordt voor een vrijstelling.

EVK

(Erkenning van) een eerder verworven kwalificatie: elk binnenlands of buitenlands diploma of studiegetuigschrift dat in aanmerking komt voor het toekennen van vrijstellingen.

Examencontract

Een contract tussen jou, de student en de hogeschool waarbij jij je inschrijft voor het afleggen van examens om een graad, een diploma of een creditbewijs voor één of meer opleidingsonderdelen te behalen.

Examenkans

Per inschrijving en per opleidingsonderdeel heb je in principe twee examenkansen.

Examenperiode

Er zijn per academiejaar drie examenperiodes. Ze worden jaarlijks vastgelegd in de academische kalender.

Face-to-face onderwijs

Zie: contactonderwijs

Fase

In het secundair onderwijs slaag je voor een jaar of niet. Het eindoordeel ligt bij de delibererende klassenraad. Je gaat door naar het volgende jaar, in dezelfde of in een andere studierichting, of je blijft zitten. In het hoger onderwijs spreken we niet meer van deliberaties, bissen of trissen en je begint eigenlijk ook niet meer aan een ‘jaar’, maar aan een ‘fase'.

Het grote voordeel van dit systeem is dat studenten niet meteen afgestraft worden voor en­kele mindere vakken, dat ze op hun eigen tempo hun diploma kunnen behalen. Dat ze met andere woorden hun eigen groeicurve kunnen volgen. De vraag in welk jaar je zit, is dus in het hoger onder­wijs niet altijd makkelijk te beantwoorden, als je bv. aan je tweede jaar bezig bent maar een kwart van de vakken uit de eerste fase ‘meegenomen’ hebt.

Flipping the classroom

Les en huiswerk worden omgedraaid. Je bestudeert eerst het onderwerp voor je naar de les gaat. In de les zelf kan je dan de leerstof verdiepen, inoefenen, bediscussiëren …

Geïndividualiseerd traject (GIT)

Studietraject dat afwijkt van een modeltraject, op jouw maat.

Graduaatsopleiding

Graduaatsopleidingen bereiden je voor op het uitoefenen van een beroep, maar zijn ook gericht op doorstroom naar bacheloropleidingen (via een aanvullingstraject van minstens 90 studiepunten). Zij situeren zich qua niveau net onder de professionele bachelor. De opleiding is minder theoretisch dan een bacheloropleiding. Het werkplekleren vormt een belangrijk onderdeel van de opleiding en omvat minimaal een derde van de studieomvang. Graduaatsopleidingen bestaan uit twee fasen (90-18 studiepunten) en kan je volgen aan een hogeschool, in dag- en avondonderwijs.  

Heroriëntering

Je wijzigt de inhoud van je leertraject of je kiest voor een andere opleiding.

Hogeschool

Een hogeschool is een instelling voor hoger beroepsonderwijs. In Vlaanderen organiseren hogescholen graduaatsopleidingen en professionele bacheloropleidingen. De universiteiten organiseren academische bachelor- en masteropleidingen.

Hoorcollege

Een werkvorm met een lesgever of gastspreker die ‘ex cathedra’ (‘vanaf het spreekgestoelte’) voor een groep studenten spreekt, meestal in een hoorzaal of aula. Vooral geschikt voor theoretische kennis.

Individueel studieprogramma (ISP)

In het individueel studieprogramma (ISP) leg je vast welke opleidingsonderdelen je volgt. Als je uit het secundair komt, volg je in principe het voltijds modeltraject van fase 1. Meestal bevat dit programma enkel verplichte vakken, geen keuzevakken.

Als je voor alle opleidingsonderdelen slaagt, ben je met fase 1 rond in 1 academiejaar. Maar natuurlijk slagen niet alle studenten over de hele lijn en moeten ze in hun tweede jaar een aantal opleidingsonderdelen hervatten of ‘meenemen’. Ze stellen dan hun individueel studieprogramma van ongeveer 60 studiepunten samen met opleidingsonderdelen van de tweede fase en de te hernemen opleidingsonderdelen uit de eerste fase.

Instapcursus

Als je kennis van het Frans bijvoorbeeld niet volstaat om aan een managementopleiding  te beginnen, kan je een instapcursus volgen om je voorkennis bij te spijkeren.

Instroomprofiel

De kennis, vaardigheden en attitudes die men verwacht bij aanvang van je opleiding of waarvan men verwacht dat je ze snel zal bereiken.

Keuzetraject

Zie: Afstudeerrichting

Knelpuntberoep

De VDAB gebruikt deze term voor  beroepen het moeilijk is om vacatures in te vullen. De dienst publiceert elk jaar een lijst.

Leerkrediet

Je begint een bacheloropleiding met een rugzak van 140 studiepunten. Dit krediet krijg je van de  Vlaamse Gemeenschap. Als je aan een bachelorjaar begint, moet je dus 60 studiepunten inzetten. Slaag je voor een opleidingsonderdeel, dan krijg je de ingezette studiepunten terug. Voor de opleidingsonderdelen waarvoor je niet slaagt, ben je de studiepunten kwijt. Om de overgang van secundair naar hoger onderwijs te ondersteunen, krijg je voor de eerste 60 studiepunten die je terugwint, een bonus van 60 studiepunten er bovenop.

Je hebt geen leerkrediet nodig voor een (educatieve) graduaatsopleiding, een schakel- of voorbereidingsprogramma,  een educatieve bacheloropleiding als je al een bacheloropleiding bezit, een educatieve masteropleiding als je al een masterdiploma bezit,  een postgraduaatsopleiding, een bachelor-na-bacheloropleiding,  een master-na-masteropleiding, een examencontract.

Meer informatie over het leerkrediet vind je op de site www.studentenportaal.be van de Vlaamse Overheid.

LIO-traject

LIO staat voor ‘leraar in opleiding’. Je bent aangesteld als leraar en je wil een lerarenopleiding volgen, dan kan je tot 30 studiepunten praktijk invullen als leraar-in-opleiding, met een LIO-statuut. De school waar je werkt neemt dus in samenspraak met de lerarenopleiding een deel van je praktische opleiding over.

Masteropleiding

Een masteropleiding is een academische opleiding van ten minste 60 studiepunten die je aan een universiteit volgt. Masteropleidingen leggen de nadruk op gevorderde wetenschappelijke of artistieke kennis en sluit je af met een masterproef.

Master-na-masteropleiding (= manama)

Een master-na-masteropleiding of manama is een verbredende en verdiepende opleiding van 60 of 18 studiepunten na een masterdiploma. Je hoeft geen leerkrediet in te zetten.

Modeltraject

Een vooraf uitgetekend en aangeboden studietraject van 60 of 30 studiepunten per academiejaar. Als je elk academiejaar alle opleidingsonderdelen van de fase behaalt, volg het modeltraject en ben je dus een modelstudent.

Moduleonderwijs

De meeste hogescholen en universiteiten gebruiken een semestersysteem. Dit wil zeggen: je hebt twee lesperiodes van een dertiental weken, met daarna telkens examens (in januari en in juni). Een tweede systeem is het modulesysteem. Daarin is het jaar opgedeeld in vier modules van zes of zeven lesweken, telkens opgevolgd door examens. 

OER

Onderwijs- en Examenreglement.

Ombudsdienst

De ombuds treedt op als bemiddelaar bij geschillen en problemen tussen de student en één of meer personeelsleden.

Onderwijsactiviteiten

Een onderwijsactiviteit is een onderdeel van een opleidingsonderdeel. Dat kunnen hoor- en werkcolleges, practica, laboratoria, taken, stages, examens … zijn.

Onderwijswerkvorm

Per opleidingsonderdeel kan je verschillende soorten onderwijswerkvormen onderscheiden: hoorcollege, werkcollege, praktijk, stage, projecttaak, practice enterprise

Online onderwijs

Je krijgt les via het internet en je vindt er ook al je studiemateriaal.

Opleiding

Het geheel van opleidingsonderdelen, samengebracht in een opleidingsprogramma, dat je moet doorlopen om een diploma of een graad te behalen.

Opleidingsonderdeel (OPO)

Elke opleiding in het hoger onderwijs is opgebouwd uit opleidingsonderdelen (vakken). Het gewicht van een opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt in studiepunten. Een graduaatsopleiding bestaat uit 90-18 studiepunten, een bacheloropleiding uit 180-240 studiepunten (3 of 4 fases van 60 studie­punten), een master uit 60 of 18.

Een student die altijd voor alle opleidingsonderdelen slaagt, kan de drie fases van een bachelor afronden in drie jaar. Andere studenten doen er wat langer over.

Opleidingsprogramma (studieprogramma, curriculum)

Een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen dat je moet doorlopen om de competenties (de kennis, de vaardigheden, de attitudes) te verwerven die bij een bepaalde opleiding (of studie) horen. Voor de overzichtelijkheid gieten we  het programma in een opleidingstabel.

Opzalmen

Studenten die bv. via een brugtraject overschakelen naar een moeilijkere richting  doen aan opzalmen. De beweging die ze maken, is tegengesteld aan die van het watervalsysteem, waarbij je eerst een moeilijke studierichting probeert en naar een minder zwaar niveau overgaat als je het niet aankan. Net zoals een zalm die stroomopwaarts zwemt om kuit te schieten.

Permanente vorming

Alle na- en bijscholingsinitiatieven:  éénmalige dag- of avondactiviteiten,  meerdaagse opleidingen, postgraduaten, vaak georganiseerd door een van onze vormings- of expertisecentra. Je krijgt een getuigschrift en/of een attest van deelname.

Postgraduaat

Een postgraduaat is een opleiding van minstens 8 studiepunten na een graduaats-, bachelor- of masteropleiding. Je hoeft geen leerkrediet in te zetten.

Portfolio

Als je vrijstellingen wenst te verkrijgen op basis van EVC’s of EVK’s verzamel je het bewijsmateriaal in een portfolio.

Practice enterprise

Een oefenbedrijfje op school waarin je aan de slag gaan met echte opdrachten voor echte klanten om zo authentiek mogelijk beroepscompetenties aan te leren.

Practicum

Een practicum is gericht op het aanleren van vaardigheden. In een practicum oefen je vaardigheden in.

Praktijk

Praktijk is een onderwijsactiviteit waarin je beroepsgerelateerde competenties traint. Dat kan in een labo of een practicum (op school) maar ook via een studiebezoek of op de werkplek (in het werkveld).

Proefexamen

Professionele bacheloropleiding

Zie: bacheloropleiding

Schakelprogramma

Als je een professionele bachelor hebt behaald, kan je via een schakelprogramma van overschakelen naar een academische bachelor

Semestersysteem

Een academiejaar bestaat uit twee semesters.

Er zijn drie periodes waarin je examens aflegt: na het eerste semester in de maand januari, na het tweede semester, in de maand juni en tijdens de derde examenperiode, in de maanden augustus en september.

Een aantal opleidingsonderdelen loopt over het volledige academiejaar.

SID-in

Op de Studie-Informatie Dagen krijg je een overzicht van het volledige hoger onderwijsaanbod in Vlaanderen (link).

Simulatieonderwijs

In simulatieonderwijs boots je een realistische context na om studenten de kans te bieden zich te gedragen zoals ze dat in een echte situatie zouden doen. Zo werken studenten Verpleegkunde in een nagebootste ziekenhuisomgeving met simulatiepatiënten of met hoogtechnologische robots. Tijdens een simulatie kunnen complexe scenario’s gebruikt gebruikt worden.

Stage

De stage is een onderwijsactiviteit waarbij je jouw competenties optimaal ontwikkelt door  beroepsactiviteiten uit te oefenen. Dat gebeurt onder leiding van een stagementor op de stageplaats en onder begeleiding van stagebegeleider uit de hogeschool.

Stagebegeleider

Een lesgever die je begeleidt bij de stage.

Stagementor

Een medewerker van bedrijf of de organisatie waar je stageloopt die je begeleidt tijdens de stage.

Studentenvoorzieningen

Aan elke hogeschool of universiteit zijn er studentenvoorzieningen of sociale voorzieningen, de Vlaamse Gemeenschap voorziet hiervoor de nodige middelen. Je kan daarop een beroep doen voor financiële of psychosociale hulp. Bij Thomas More is het de dienst Studentenvoorzieningen (stuvo) die dit allemaal regelt.

Studiegebied

Een categorie waarin opleidingen zijn samengebracht.

Studie-efficiëntie

Studie-efficiëntie is de verhouding tussen het aantal studiepunten waarvoor je bent ingeschreven en het aantal studiepunten waarvoor je geslaagd bent op het einde van het academiejaar. Thomas More hanteert momenteel de volgende regel: is je studie-efficiëntie lager dan 60% (behaal je minder dan 36 credits op 60), dan kan de examencommissie je voorwaarden opleggen om verder te studeren.

Studiegebied

Alle bachelor- en masteropleidingen zitten in een bepaald officieel studiegebied, bv. De studiegebieden van elke opleiding vind je in het Hogeronderwijsregister (HOR).

Studiegeld

Wat je moet betalen om je in te schrijven voor een opleiding en de examens. Je vindt de huidige bedragen hier.

Studieomvang

Het aantal studiepunten toegekend aan een opleidingsonderdeel, aan een opleidingsprogramma of aan een opleiding.

Studieprogramma

Zie opleidingsprogramma.

Studiepunten en credits

Het aantal studiepunten drukt de tijd uit die je als student investeert in een opleidingsonderdeel. Reken voor 1 studiepunt 25 à 30 uren ‘studielast’: de les voorbereiden en volgen, oefeningen maken, blokken ... Telt het opleidingsonderdeel ‘Engels’ bijvoorbeeld 6 punten, dan zal je zo’n 180 uren nodig hebben om dat onder de knie te krijgen.

Een credit is een studiepunt dat je verworven hebt. Als je voor Engels slaagt, win je dus 6 credits.

Studietoelage

De Vlaamse overheid springt bij voor studenten die de kosten verbonden aan de studie niet kunnen dragen. Als je aan bepaalde financiële voldoet, kan je in aanmerking komen voor een studietoelage. Je vindt alle informatie in verband met studietoelagen op  www.studietoelagen.be.

Studietraject

Hoe je het opleidingsprogramma aflegt. Elke opleiding biedt één of meer modeltrajecten voor zijn studenten aan, daarnaast kun je ook overeenkomen een geïndividualiseerd traject af te leggen.

Studietrajectbegeleider

De studietrajectbegeleider begeleidt je bij het samenstellen en het doorlopen van je individuele studietraject.

Studievoortgang

Hogescholen en universiteiten gaan jouw studievoortgang na aan de hand van drie criteria: studie-efficiëntie (verhouding van jouw verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. jouw opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven); het aantal academiejaren dat je inschrijft voor eenzelfde opleidingsonderdeel en het saldo van jouw leerkrediet (zie de ‘leerkrediet').

Studievoortgangsdossier

Je kan je studievoortgangsdossier raadplegen via KU Loket en je vindt er na iedere examenperiode alle informatie over jouw studievoortgang: je examenresultaten, je je opleidingspercentage, je cumulatieve studie-efficiëntie, een overzicht van de toleranties die je kan inzetten of al hebt ingezet, het aantal studiepunten dat je tot hiertoe hebt afgelegd en het gedeelte dat je nog rest om te kunnen afstuderen, enz. 

Studievoorgangsmaatregelen

Voor elke opleiding kan je je jaarlijks opnieuw inschrijven tot je uiteindelijk alle benodigde credits hebt verworven om je diploma of getuigschrift te behalen. Maar… ondanks die flexibiliteit is het wel de bedoeling dat je je diploma binnen een redelijke termijn behaalt en dat je slaagkansen tijdens je hele studietraject realistisch blijven. Daarom hanteren hogescholen en universiteiten maatregelen om je studievoortgang te bevorderen en te bewaken. Bij onvoldoende studievoortgang kan je dan ook uiteindelijk een weigering tot verdere inschrijving krijgen. De regels voor studievoortgang zijn bij elke hogeschool/universiteit licht verschillend.  

Toelatingsonderzoek

Als je niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding voldoet, kan de hogeschool via een toelatingsonderzoek bepalen of je toch toelating kan krijgen.

Tolerantie

Voor sommige opleidingsonderdelen kan je een tolerantie inzetten als je een acht of negen hebt gehaald. Zo kan je toch je diploma behalen. De kleine onvoldoendes worden dan ‘getolereerd’.

Verkorte bachelor

Als je al een diploma op zak hebt en je wil daarnaast een andere bachelor volgen, dan is het soms mogelijk dat via een verkort traject te doen. Zo kan je het diploma op een kortere termijn behalen. Soms wordt een verkort programma standaard aangeboden voor bepaalde groepen, soms is een verkort programma individueel.

Verkorte educatieve bachelor

Je hebt al een bachelordiploma en je wil lesgeven in je vak? Dan kan je aan de hogeschool via een programma en 60 studiepunten een educatief bachelordiploma en lesbevoegdheid verwerven.

Vervolgopleiding

Een vervolgopleiding is een opleiding die het logische vervolg is van een andere opleiding. Je moet dus geen voorbereidings- op schakelprogramma volgen. Zo is een banaba Geestelijke Gezondheidszorg een vervolgopleiding van een bacheloropleiding Verpleegkunde.

Voldoende

Elk opleidingsonderdeel staat op 20. Minstens 10/20 is geslaagd. Minder dan 10/20? Tijdens de derde examenperiode kun je opnieuw examen afleggen. Grijp die kans, want het beste resultaat telt! Dan mag je onder bepaalde voorwaarden een tolerantie inzetten. Je moet het examen voor dit opleidingsonderdeel dan niet opnieuw afleggen.

Volgtijdelijkheid

Als je een bepaald opleidingsonderdeel (of een bepaalde opleiding) gevolgd moet hebben, voor je examen kunt afleggen over een ander opleidingsonderdeel (of opleiding).

Voltijds studietraject

Een studietraject van ten minste 54 en ten hoogste 66 studiepunten.

Vrijstelling

Je hoeft geen examens af te leggen over een opleidingsonderdeel waarvoor je een vrijstelling hebt op basis van een creditbewijs of een ander studiebewijs (EVK) of op basis van een bewijs van bekwaamheid (EVC).

Watervalsysteem

Met watervalsysteem bedoelt men dat je start in een moeilijkere (theoretischere) studierichting en dat je na één of meer mislukkingen een makkelijkere, praktischere richting kiest. Het is beter te zalmen of op te zalmen.

Werkcollege

Een interactief college waarbij je als student aan het werk moet. De lesgever heeft daardoor meer tijd om individueel te begeleiden.

Werkplekleren

Je leert algemene en beroepscompetenties in een echte werksituatie, the real stuff dus, op de werkplek. Je leert al doende. Een graduaatsopleiding bestaat voor minstens een derde uit werkplekleren.

Werkstudent

Een student die naast zijn studies ook een job heeft van minstens 80 uur per maand. Hij volgt uiteraard een specifiek studietraject waarbij hij studie en werk kan combineren.

Werkvormen

Werkcolleges - projecten - case studies – simulatieonderwijs – bedrijfsbezoeken -  studiereizen – stages – werkplekleren - practice enterprise.

Zalmen

Zie: Opzalmen.

Zittijd

De term die we in het hoger onderwijs gebruiken voor een examenperiode. Er zijn twee systemen binnen hoger onderwijs: een semestersysteem en een modulair systeem. Bij een semestersysteem heb je twee lesperiodes van een dertiental weken, met daarna telkens examens (in januari en in juni). Voor niet geslaagde examens krijg je een herkansing vanaf half augustus. Bij het modulesysteem wordt het academiejaar opgedeeld in vier modules van zes of zeven lesweken, telkens opgevolgd door examens.