Hoeveel kost een jaar studeren aan een hogeschool of universiteit?

18 september 2015

Studeren aan een hogeschool of universiteit kost vandaag 6.000 euro per jaar voor kotstudenten, 4.500 euro voor een pendelstudent die met een eigen wagen rijdt en 1.800 euro voor een student die het openbaar vervoer gebruikt. Een student die recht heeft op een studietoelage van de Vlaamse overheid betaalt veel minder inschrijvingsgeld en mag van die bedragen bijna 800 euro aftrekken.

De cijfers bevatten zowel directe als indirecte studiekosten en werden berekend door Cebud, het Centrum voor Budgetadvies en -onderzoek van Thomas More. Bij de directe studiekosten weegt het inschrijvings- of studiegeld zwaar door. Bij de indirecte studiekosten doet de huur van een kot de rekening serieus stijgen.

Cebud zet de bedragen op een rij.

Directe studiekosten: studiegeld weegt door

Directe studiekosten zijn kosten die iedere jongere moet maken om te kunnen studeren. De grootste uitgavenpost is het studiegeld. Inschrijven aan een hogeschool of universiteit kost:

•    890 euro voor niet-beursstudenten, 
•    470 euro voor bijna-beursstudenten,
•    105 euro voor beursstudenten.

In vergelijking met vorig academiejaar is het studiegeld sterk gestegen. Niet zozeer voor beursstudenten (+1%), maar vooral voor bijna-beursstudenten (+15%) en in het bijzonder voor niet-beursstudenten (+44%).

Naast het studiegeld moet men ook de kosten voor cursussen, boeken, stages, labo’s of ateliers, een computer, de nodige software en een printbudget rekenen. De hoogte van die kosten is zeer sterk afhankelijk van de gekozen studierichting. Gemiddeld bedragen ze 723 euro per jaar.

Indirecte studiekosten: neem het openbaar vervoer

Indirecte studiekosten hebben betrekking op het vervoer van en naar de campus, het huren van een kot en andere schooluitrusting. Die liggen een stuk hoger voor kotstudenten dan voor pendelstudenten. Wie voor het openbaar vervoer kiest, is het beste af.

Kot. Op kot gaan, kost gemiddeld 4.375 euro per jaar, verplaatsings- en andere kosten inbegrepen. De kotprijs, gemiddeld 349 euro per maand, is de grootste uitgavepost bij de indirecte studiekosten. De meeste universiteiten en hogescholen hebben eigen residenties met kamers waarvan de huurprijs afhankelijk is van het inkomen van de ouders. Hierdoor ligt de huurprijs soms de helft lager dan wat op de privémarkt wordt betaald.

Trein. De gemiddelde prijs, die pendelstudenten betalen voor een treinabonnement bedraagt 178 euro per jaar. Hiervoor is gerekend met een afstand van thuis naar hogeschool / universiteit van 26 km. Wie verder van de campus woont, gaat sneller op kot. Wie dichterbij woont, betaalt natuurlijk minder.

Eigen wagen. Wie voor die verplaatsing een eigen wagen gebruikt, betaalt minimaal rond de 2.900 euro per jaar. Daarin is begrepen de afschrijvingskost van een tweedehandswagen, de prijs van een verzekering, belastingen, de autocontrole, het onderhoud en de brandstof voor 10.000 kilometer.

Leefkosten

En dan zijn er nog de leefkosten. Het gaat om het dagelijkse levensonderhoud met kosten voor voeding, kledij, ontspanning,… kosten die je ook maakt als je niet studeert. Volgens Cebud bedragen deze leefkosten minimaal 6.232 euro voor een kotstudent en 5.963 euro voor een pendelstudent. Het verschil zit hem vooral in de hogere kosten voor voeding. Wie op kot zit, kan thuis niet mee aanschuiven aan de keukentafel, maar zal af en toe gaan eten in een studentenrestaurant.

In het globale pakket van de leefkosten gaat iets meer dan een derde naar voeding (2.090 euro voor kotstudenten en 1.866 euro voor pendelstudenten) en een bijna even groot aandeel naar ontspanning (2.179 euro). De overige leefkosten zijn o.a. kledij, gezondheid, persoonlijke hygiëne, mobiliteit, de kosten verbonden aan een eigen slaapkamer. 
 

De tabel in bijlage geeft een gedetailleerd overzicht van alle posten per kostengroep.

Bijlagen

 overzicht_totale_kosten_per_jaar.pdf

Esther Geboers
Coördinator
T +32 477 33 19 77