Radius

Radius vormt samen met het Kenniscentrum Energie de strategische onderzoeksgroep EcoScale. Ze heeft expertise in de teelt van biomassa (insecten en algen), de winning en modificatie van biogebaseerde chemicaliën, zowel op laboratorium- als pilootschaal. Aanvullend heeft deze groep expertise in het gebruik en ontwikkelen van computermodellen om de fysisch-chemische en biologische eigenschappen van stoffen of organismen te voorspellen.

Teelttechniek en biogebaseerde grondstoffen
Dit onderzoek richt zich op de productie-optimalisatie van alternatieve biomassabronnen zoals insecten en microalgen. Het doel is om deze bronnen als haalbare alternatieven te introduceren in toepassingen voor voedsel, veevoer en als biogebaseerde chemicaliën. Bovendien kunnen nevenstromen tijdens de teeltprocessen worden gevalideerd. Verder wordt ook de productie en het gebruik van de bekomen biogebaseerde chemicaliën onderzocht.

Geavanceerde destillatietechnieken
Dit onderzoek richt zich op duurzame procestechnologieën met de nadruk op groenere en meer duurzame processen.

Meer informatie vind je op www.radius-research.weebly.com.

Onze toonaangevende projecten

Enop

Eén van de grote uitdagingen voor Europa in de komende eeuw is het opbouwen van een koolstofarme economie waarbij een duurzame, betrouwbare en betaalbare toevoer van energie wordt gegarandeerd.

Interreg EnopDuurzame energiebronnen zoals zon en wind zijn onvoorspelbaar en dat zorgt ervoor dat aanpassingen binnen het bestaande elektriciteitsnet nodig zijn. Het fluctuerende aanbod loopt echter zelden gelijk met de vraag. Energieopslag kan vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen en kan een oplossing bieden, maar het is (nog) geen evidentie. Naast maatschappelijke relevantie zijn energieopslagsystemen ook commercieel relevant: deze markt groeit jaarlijks met wel 40%. In de Verenigde Staten trad onder andere Tesla toe op deze markt.

Elektrische, thermische en mechanische opslag worden stilaan meer onderzocht. De ambitie van ‘EnOp’ is de doorontwikkeling van chemische opslag en bijhorende CO2 omzettingstechnologieën. CO2 wordt beschouwd als een waardevolle alternatieve bron van koolstof aangezien het overvloedig beschikbaar is. ‘EnOp’ richt onderzoek op zowel directe als indirecte omzettingen.

In functie van de directe methode worden drie technologieën ontwikkeld om zonlicht en CO2 om te zetten en op te slaan in de vorm van chemicaliën en brandstoffen: er wordt onderzoek verricht naar algen, nanodeeltjes en halfgeleiders om biomassa te produceren. De inspiratie komt uit de natuur: groene planten nemen CO2 op uit de lucht en zetten dit onder invloed van zonlicht om in biomassa, die ze later gebruiken als energiebron of als grondstof. Vier technologieën worden ontwikkeld om energie indirect (via elektriciteit) om te zetten. Hiervoor is energie in de vorm van elektriciteit nodig, afkomstig van zowel conventionele als duurzame bronnen.

Entomospeed

Wereldwijd wordt de consumptie van eetbare insecten gepromoot als één van de maatregelen om de duurzaamheid en de zekerheid van de voedselproductie te garanderen. Het grote voordeel van insecten is dat ze heel dicht bij elkaar gekweekt kunnen worden, dat ze nagenoeg geen broeikasgassen uitstoten en beschikken over een erg hoge voederconversie.

In de Vlaams-Nederlandse grensregio is de insectensector een jonge, maar beloftevolle sector en er zijn voldoende signalen die wijzen op een nood aan opschaling. Eén van die signalen is dat het insectenonderzoek opgenomen werd in het tweede Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen (AAE2) die in 2016 werd gelanceerd door de Vlaamse regering en BEMEFA (Beroepsvereniging van de Mengvoederfabrikanten). Daarnaast werkt het Cornetproject ‘Entomofood’ van Flanders’Food volop aan nieuwe productontwikkelingen in deze sector.

Ligt de weg voor voedingsbedrijven nu open om eetbare insecten te verwerken in levensmiddelen? ‘Entomospeed’ wil antwoord bieden op deze vraag door huidige leemtes in te vullen zoals de begeleiding naar een afzetmarkt en de reductie van handenarbeid door verhoogde automatisatie. Concreet worden er twee insectlabo’s opgezet die zich elk specifiek op een casus focussen. HAS Hogeschool (Nederland) richt zich op voederproeven bij meelwormen waarbij verschillende voeders en de impact op het groeiregime wordt nagegaan. Vooral de meelworm is een beloftevolle bron van proteïnen bij humane consumptie. Het lab op de VIVES-campus (Vlaanderen) gaat dezelfde impact van voerderproeven nagaan bij de zwarte soldatenvlieg, geschikt voor diervoeding wegens de aantrekkelijke eiwitsamenstellling. Voor beide casussen worden tevens pilootinstallaties ontwikkeld om in opschaling en automatisatie te kunnen voorzien.

 

Sabine Van Miert