Wereldoriëntatie met MEER TAAL

Een onderwijsproject door derdejaarsstudenten Lager Onderwijs

De onderzoeksvraag van de hogeschool kwam niet overeen met de vraag van de school (W)onderwijs. De vraag van de hogeschool luidde als volgt: ‘Hoe kunnen we anderstalige leerlingen betrekken tijdens de lessen wereldoriëntatie. (meertalig)?’ (W)onderwijs had een andere vraag in gedachten: ‘Kunnen jullie doelgericht werken aan de opgestelde doelen?’  Het was voor ons moeilijk om hiermee aan de slag te gaan omdat de vragen tegenstrijdig waren. Na heel wat gebrainstorm, hebben we uiteindelijk een onderzoeksvraag kunnen opstellen waar zowel de hogeschool als (W)onderwijs tevreden mee waren. De onderzoeksvraag klinkt als volgt: ‘Op welke manier kunnen we het leerrendement binnen wereldoriëntatie verhogen bij (taalzwakke) leerlingen uit de derde graad?’ 

Het onderzoek

Methode

Er werd een lessenpakket uitgewerkt voor de derde graad aan de hand van vooropgestelde doelen.  De studenten hebben in de uitwerking van hun lessen rekening gehouden met actieve werkvormen. Dit deden ze om te achterhalen of het leerrendement bij de leerlingen was verhoogd. 
Om dit leerrendement te meten, hebben de studenten willekeurig vier leerlingen per klas geselecteerd. De leerlingen werden geobserveerd aan de hand van een formulier. Dit formulier geeft de activiteiten weer die geobserveerd moeten worden. Elke leerling krijgt een score van 1 tot en met 5. Op basis van een beschrijving wordt de betrokkenheid weergegeven. De studenten hebben ook rekening gehouden met de (eventueel) taalzwakke leerlingen in de klas. In het lessenpakket zijn extra hulpmiddelen voorzien om de taalzwakke leerlingen te ondersteunen. Aangezien de studenten niet wilden stigmatiseren, hebben zij de leerlingen de keuze gegeven om het hulpmiddel al dan niet te gebruiken. Op het einde van de lessenreeks hebben de studenten de leerlingen een perceptietest laten invullen. Deze perceptietest gaat over het gebruik van hulpmiddelen tijdens de verschillende lessen. Indien de leerlingen geen hulpmiddelen hebben gebruikt, moesten zij deze test niet verder invullen. 

Lessenpakket

  • Les 1: Carnaval in Brazilië
  • Les 2: Mensen- en kinderrechten
  • Les 3: Het klimaat
  • Les 4: Een boot construeren
  • Les 5: Het openbaar vervoer
  • Les 6: Waar woon ik?  

Google-formulieren

Elke leerkracht heeft per les van het lessenpakket een Google-formulier ingevuld. Op deze manier konden zij (anoniem) feedback geven op de lessen die de studenten hebben uitgewerkt. De leerkrachten gaven veel tips waarmee de studenten aan de slag konden om de lessen eventueel aan te passen en te verbeteren. De eerste drie lessen zijn gegeven door de leerkrachten. De laatste drie lessen hebben de studenten zelf gegeven. Per klas gaf een student de lessen en de andere student observeerde de geselecteerde leerlingen over de betrokkenheid. Uit deze observatietest kunnen de studenten de volgende conclusies trekken: Er is een duidelijk verschil waar te nemen tussen het vijfde en het zesde leerjaar. Wat opvallend is, is dat de actieve werkvormen aanslagen in beide leerjaren. Enerzijds hebben de leerlingen van het zesde leerjaar een grotere voorkennis omtrent de gegeven lessen. Dit heeft zijn voor- en nadelen. Bij sommige lessen waren de leerlingen sterker betrokken wanneer er gepeild werd naar hun voorkennis. Bij andere lessen waren de leerlingen dan weer minder betrokken omdat ze nood hadden aan nieuwe inzichten. Anderzijds hebben de leerlingen van het vijfde leerjaar minder voorkennis rond de gegeven lessen. Bij les vijf heeft dit een grote invloed gehad op de betrokkenheid. 

Enquêtes

Voordat de leerlingen de verschillende W.O.- lessen kregen, hebben de leraren een enquête afgenomen omtrent de W.O.- lessen die ze eerder in de derde graad hebben gezien. Op het einde van het lessenpakket, die de leraren en de studenten hebben gegeven, moesten de leerlingen opnieuw een enquête invullen. Niet alleen met behulp van de betrokkenheidstest, maar ook met behulp van de enquêtes kunnen de studenten zien of het leerrendement bij de leerlingen al dan niet verhoogd is. Uit de enquêtes van het zesde leerjaar kunnen de studenten concluderen dat de intrinsieke motivatie gelijk blijft bij zowel de jongens als de meisjes. De extrinsieke motivatie is zowel bij de jongens als bij de meisjes gestegen na het lessenpakket van Luiz. Uit de enquêtes van het vijfde leerjaar merken de studenten op dat de extrinsieke motivatie bij de meisjes is gedaald nadat ze het lessenpakket rond Luiz gekregen hebben. Zowel bij de jongens als bij de meisjes blijft de extrinsieke motivatie constant. Wat ook opvalt, is dat de intrinsieke motivatie even hoog is bij de meisjes als bij de jongens.  

Projectgroep & partners

Studenten

Hannelore Urkens, Charlien Meeus, Charlotte Gielen, Paulien Helsen, Lindsey Pless & Lore Werelts

Lerarenopleiders

Danielle Schuurmans

Partnerschool

Basisschool (W)onderwijs in Herentals [website]

Projectwebsite

Interesse in dit project? Bezoek de projectwebsite voor meer informatie én uitgewerkt lesmateriaal!

womeertaal.weebly.com 

In beeld

WO meertaal WO meertaal WO meertaal WO meertaal
Danielle Schuurmans
Lerarenopleider
T +3214740287
Greet Cuyt
Verantwoordelijke Innovaties in onderwijs
T +3214740216

Samenwerken?

Is je interesse gewekt en wil je met ons samenwerken? Laat je gegevens achter.
Schrijf je in!