Stageinformatie Kleuteronderwijs - Coronamaatregelen

We baseren ons op de laatste informatie die de Overheid communiceert. (update 10/01/2022)


De veiligheid van de kinderen en het personeel is het belangrijkste. Door een combinatie van maatregelen zorgt de school voor een zo veilig mogelijke schoolomgeving. De stageschool kan ook bijkomende maatregelen nemen op basis van een risicoanalyse. De school houdt de stagiairs hiervan op de hoogte. 

  • Principe: in publiek toegankelijke ruimtes wordt steeds een mondmasker gedragen vanaf de leeftijd van 6 jaar. In de niet-publiek toegankelijke ruimtes (klaslokaal, leraarskamer, etc.) zijn volgende principes van toepassing:

  • Leerlingen vanaf het 1e leerjaar dragen binnen een mondmasker op school.
    • Als de leerlingen stilzitten in de klas en er is voldoende afstand (1,5m) en ventilatie, mag het mondmasker af.
    • Buiten kunnen de mondmaskers af, als de leerlingen intense fysieke contacten vermijden.
    • Alle personeelsleden dragen in beginsel een mondmasker (indien geen afstand kan worden gehouden). Leraren moeten geen mondmasker dragen tijdens het lesgeven vooraan in hun klas, op voorwaarde dat er voldoende ventilatie is en voldoende afstand (1,5m) tussen de leraar en de leerlingen (en tussen de leraar en eventueel andere personeelsleden).
  • Personeel houdt maximaal afstand onderling en met andere volwassenen.

Stagebezoeken

Studenten en stagebegeleiders van de hogeschool bekijken we zelf als ‘noodzakelijke derden’. Onderwijsinstellingen mogen zelf de inschatting maken wie ze als essentiële derden beschouwen. Stagebegeleiders dienen hierover dus goed af te stemmen met de scholen waar hun stagiairs stage doen. Indien een stagebezoek niet kan, moet een alternatieve werkwijze gehanteerd worden. 

Ankerdocenten informeren dus steeds of ze welkom zijn op een stageschool. Uiteraard moet iedereen de veiligheidsvoorschriften in acht nemen die gelden op de stageschool.

Elke student informeert zich grondig, voor de eerste stagedag van start gaat, via contact met de school wat de maatregelen zijn die de school neemt om te zorgen voor een veilige schoolomgeving. Deze afspraken noteert de student in de beginsituatie die hij toevoegt aan de digitale stagemap.  

  • Preventief testen voor derden is niet verplicht. Preventieve screening kan dus niet als voorwaarde gesteld worden om toegang te krijgen tot de onderwijsinstelling. Het kan wel aanbevolen worden. 
  • Een negatief testresultaat kan niet tot gevolg hebben dat de al bestaande veiligheidsmaatregelen niet opgevolgd worden. Een negatief testresultaat betekent niet dat derden zomaar toegang krijgen tot de onderwijsinstelling. 

Preventieve maatregelen

  • Probeer zoveel mogelijk te verluchten en te ventileren. 
  • Was de handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Doe dit minstens op volgende tijdstippen:
    • Voor je naar school vertrekt.
    • Bij aankomst op de school.
    • Bij het binnenkomen van de klas (na de speeltijd).
    • Na toiletbezoek.
    • Voor en na de maaltijd.
    • Voor het verlaten van de school.
    • Na hoesten, snuiten of niezen.
  • Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. Vermijd om handen of kussen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog.
  • Je mag hoesten in je mondmasker. Als je moet niezen:
    • Doe bij voorkeur eerst het masker af.
    • Nies in een papieren zakdoek en gooi die daarna weg in een gesloten vuilbak. Heb je geen zakdoekje bij? Hoest of nies dan in de binnenkant van je elleboog en niet in je handen. 
  • Zet je mondmasker weer op nadat je je handen waste.
  • Als de student ziek is, blijft hij thuis.
    • De belangrijkste symptomen van het coronavirus vind je terug op www.info-coronavirus.be en zijn o.a. hoest, kortademigheid, koorts, spierpijn, vermoeidheid, verlies van geur- en smaakzin, verstopte neus, keelpijn, diarree. Ervaar je één van deze symptomen? Neem dan contact op met je huisarts.
  • In steden en gemeenten waar de situatie op basis van de coronacijfers acuut is, kan de lokale crisiscel net zoals vorig schooljaar overgaan tot extra maatregelen.


Enkele 'wat als'-scenario's

a)    Wat als er op de stageschool of -klas een uitbraak is en de klas wordt gesloten? 

Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens clusterbesmettingen? UPDATE 10 januari

Als er binnen een bepaalde periode in één klasgroep 4 of meer  besmettingen optreden, of wanneer 25% van de klasgroep besmet is, treedt de procedure tegen clusterbesmettingen in werking. 

De CLB-arts oordeelt of het al dan niet over een clusterbesmetting gaat.  

Als de stage niet meer kan doorgaan omdat de stageklas gesloten wordt, dan wordt de student verwittigd door de stageschool. Vervolgens nemen de school en de student contact op met de praktijkcoördinator. Er wordt dan onderling besproken hoe en wanneer de gemiste stage kan ingehaald worden.

b)    Wat als de student ziek wordt op school of zelf Covid-19 heeft?

  • De student gaat meteen uit de klas en gaat zo snel mogelijk naar huis. Indien de student moet opgehaald worden, gaat hij in het apart lokaal zitten dat de school hiervoor voorzien heeft. Het lokaal en het materiaal waarmee de student in contact kwam, worden ontsmet.
  • Raadpleeg de huisarts. Er volgt een test. Als de test positief is zal de praktijkcoördinator de stageschool inlichten. Er wordt bekeken wanneer de student het laatste contact had op de stageschool en met wie hij allemaal in contact kwam. Het CLB wordt betrokken om te bekijken of er maatregelen moeten genomen worden in de stageschool. 
    • Bij een bevestigd geval van COVID-19 start het CLB met het contactonderzoek door de hoog risico- en laag risicocontacten in kaart te brengen.  Ze informeren de scholen en de ouders over te nemen maatregelen.  
    • Als gevolg van de teststrategie die vanaf 23 november 2020 geldt, zorgen CLB ‘s ook voor de PRC-codes waarmee leerlingen zich kunnen laten testen in een test- of staalafnamecentrum.  
  • Een school kan ook altijd contact opnemen met de preventie-adviseur van de lerarenopleiding. Vraag meer info bij de praktijkcoördinator.  
  • De symptomen die  in aanmerking komen zijn: 

    • Koorts (38,0°C en hoger) tenzij de oorzaak van de koorts gekend is, zoals bijvoorbeeld na vaccinatie.  
    • Hoesten of problemen met ademhalen. Als de leerling of het personeelslid gekend is met deze klachten, kan hij/zij wel naar school, tenzij de symptomen plots verergeren.
    • Verkoudheid én de leerling voelt zich ziek, denk aan: spierpijn, vermoeidheid, keelpijn, hoofdpijn, geen eetlust.
    • Niet goed meer kunnen ruiken of proeven.  
    • Studenten met alleen klachten van een verkoudheid mogen naar school als ze zich niet ziek voelen. Verkoudheid = snot in/uit de neus (kleur maakt niet uit), eventueel met niezen of een kuchje. 

Bij twijfel neemt de student een zelftest af.

Als de stage niet meer kan doorgaan omdat de student in quarantaine moet of een ziekteproces voor de boeg heeft, dan nemen de school en de student contact op met de praktijkcoördinator. We bespreken dan in onderling overleg hoe de gemiste stage kan ingehaald worden.

 

c)    Wat als je een hoog risico contact had? 

 

Volledig gevaccineerde hoog-risicocontacten

  • Worden beschouwd als volledig gevaccineerd:
    • personen ≥18 jaar
      • na boostervaccinatie OF
      • met basisvaccinatie* >2 weken en <5 maanden geleden
    • personen 12-18 jaar >2 weken na basisvaccinatie* 

      *Basisvaccinatie = 1 dosis Janssen COVID-19 vaccin® of 2 dosissen van de andere vaccins op de Belgische markt
       
  • Voor volledig gevaccineerde hoog-risicocontacten zonder symptomen wordt geen systematische testing aanbevolen. Een infectie is bij deze personen echter niet uit te sluiten. Het is dan ook belangrijk om bijzondere voorzichtigheid aan de dag te leggen gedurende 10 dagen na het hoog-risico contact.
    • Steeds een mondmasker dragen in binnenruimtes buiten de eigen woning. Het masker moet over mond en neus gedragen worden en nauw aansluiten aan het gelaat. FFP2-maskers hebben sluiten nauwer aan dan chirurgische of stoffen maskers. 
    • Steeds afstand houden van anderen en in het bijzonder van personen met een verhoogd risico op ernstige ziekte. 
    • Deelname aan activiteiten waarbij het dragen van een mondmasker niet mogelijk is (bv. restaurantbezoek) kan niet. 
    • Bij het ontwikkelen van symptomen die op COVID-19 kunnen wijzen, moet zo snel mogelijk een test worden afgenomen door een zorgverlener.
    • Bij uitbraken in collectiviteiten kunnen de regionale gezondheidsinspecties beslissen om testen of  quarantaine voor gevaccineerde personen uitzonderlijk toch te behouden indien de omstandigheden dat vereisen (bv. omwille van een grote en snel uitbreidende cluster). 
  • Voor gevaccineerde huisgenoten van een besmet persoon die niet geïsoleerd kan worden (bv. omdat het een jong kind is) wordt evenmin quarantaine noch systematische testing aanbevolen. Wel wordt de afname van een zelftest aanbevolen ten minste op dag 10 (einde isolatie + voorzichtigheidsperiode van het index geval). De periode van verhoogde voorzichtigheid loopt tot 10 dagen na het laatste risicocontact. In dit geval zal dit dus zijn tot 20 dagen na het begin van symptomen van de indexpatiënt. 

 

Deels gevaccineerde risicocontacten

  • Personen ≥18 jaar met basisvaccinatie >5 maanden geleden zonder booster worden beschouwd als deels gevaccineerd.
    • Basisvaccinatie = 1 dosis Janssen COVID-19 vaccin® of 2 dosissen van de andere vaccins op de Belgische markt
    • Personen die het schema van de basisvaccinatie nog niet afwerkten (bv. slechts 1 dosis mRNA vaccin) of <2 weken na de laatste dosis van de basisvaccinatie, worden beschouwd als ongevaccineerd
       
  • Deels gevaccineerde hoog-risicocontacten moeten 7 dagen in quarantaine gaan. 
  • Een eventuele verkorting van de quarantaine is mogelijk vanaf dag 4, op voorwaarde dat er tot en met dag 7 dagelijks een zelftest wordt uitgevoerd met negatief resultaat.
  • Bovendien moet tot 10 dagen na het risicocontact:
    • in binnenruimtes buiten de eigen woning steeds een mondmasker gedragen wordt. Het masker moet over mond en neus gedragen worden en nauw aansluiten aan het gelaat. FFP2-maskers sluiten nauwer aan dan chirurgische of stoffen maskers. 
    • steeds afstand gehouden wordt van anderen en in het bijzonder van personen met een verhoogd risico op ernstige ziekte. 
    • Deelname aan activiteiten waarbij het dragen van een mondmasker niet mogelijk is (bv. restaurantbezoek) kan niet. 
    • Bij het ontwikkelen van symptomen die op COVID-19 kunnen wijzen, moet zo snel mogelijk een test worden afgenomen door een zorgverlener.
       
  • Indien bij één van de dagelijkse zelftesten een positief resultaat wordt vastgesteld, start de periode van isolatie. Het positieve resultaat dient steeds bevestigd te worden met behulp van een PCR-test. Bij positieve PCR-test wordt de persoon beschouwd als een bevestigd geval van COVID-19 en dient contactopvolging gestart te worden.
     
  • Voor deels gevaccineerde huisgenoten van een besmet persoon die niet geïsoleerd kan worden (bv. omdat het een jong kind is) wordt voor de quarantaine en testen geteld vanaf de eerste symptomen bij het indexgeval. Er dient sowieso een zelftest uitgevoerd worden op dag 10. De periode van verhoogde voorzichtigheid loopt wel tot 10 dagen na het laatste risicocontact. In dit geval zal dit dus zijn tot 20 dagen na het begin van symptomen van de indexpatiënt. 

 

Niet gevaccineerde hoog-risicocontacten

  • Niet-gevaccineerde hoog-risicocontacten moeten 10 dagen in quarantaine gaan.
  • De duur van de quarantaine kan eventueel ingekort worden, met verlaten van de woning vanaf dag 7, op voorwaarde dat:
    • dagelijks een zelftest wordt uitgevoerd met negatief resultaat;
    • in binnenruimtes buiten de eigen woning steeds een mondmasker gedragen wordt. Het masker moet over mond en neus gedragen worden en nauw aansluiten aan het gelaat. FFP2-maskers sluiten nauwer aan dan chirurgische of stoffen maskers;
    • steeds afstand gehouden wordt van anderen en in het bijzonder van personen met een verhoogd risico op ernstige ziekte. 
    • Deelname aan activiteiten waarbij het dragen van een mondmasker niet mogelijk is (bv. restaurantbezoek) kan niet. 
  • Bij het ontwikkelen van symptomen die op COVID-19 kunnen wijzen, moet zo snel mogelijk een test worden afgenomen door een zorgverlener.
  • Indien bij één van de zelftesten een positief resultaat wordt vastgesteld gaat de persoon in isolatie. Het positieve resultaat dient bevestigd te worden met behulp van een PCR-test, om contactopvolging te kunnen opstarten. 
  • Voor ongevaccineerde huisgenoten van een besmet persoon die niet geïsoleerd kan worden (bv. omdat het een jong kind is) wordt voor de quarantaine geteld vanaf de eerste symptomen bij het indexgeval. Een (bijkomende) zelftest wordt aanbevolen op dag 10 (einde isolatie + voorzichtigheidsperiode van het index geval). De periode van verhoogde voorzichtigheid loopt tot 10 dagen na het laatste risicocontact. In dit geval zal dit dus zijn tot 20 dagen na het begin van symptomen van de indexpatiënt. 
  • Wie de voorbije 5 maanden al een besmetting heeft doorgemaakt moet niet in quarantaine en wordt niet getest maar vermijd gedurende 14 dagen contacten met kwetsbare personen. Bij mogelijke symptomen (zelfs milde) contacteert men de huisarts en laat men zich testen. 

 

Is de student een laag risico contact van de besmette persoon? 

De stage van de student kan doorgaan.

  • Een volledig gevaccineerde laag-risicocontact wordt in deze situatie niet meer als een risicocontact beschouwd, hiervoor zijn er dus geen maatregelen nodig. 
  • Wat als je niet (volledig) bent gevaccineerd? Wie dus niet of niet volledig gevaccineerd is, volgt deze maatregelen: Quarantaine en afname van een test zijn niet nodig voor asymptomatische laag-risicocontacten. Nu de vaccinatiegraad hoog is, is het niet langer aanbevolen om de sociale contacten tot een minimum te beperken. Enkel contacten met personen met een verhoogd risico op ernstige ziekte dienen vermeden te worden (bv. een grootouder). Wel moet er extra aandacht besteed worden aan de basis hygiënemaatregelen en moet er voor alle verplaatsingen buitenshuis een mondmasker gedragen worden (voor personen > 12 jaar). Bij ontwikkelen van symptomen die compatibel zijn met COVID-19 wordt de persoon een mogelijk geval en moet er telefonisch contact genomen worden met de huisarts die kan zeggen waar een staalafname kan plaatsvinden.

 

d)    Wat als de student niet meer op stage kan omwille van verscherpte maatregelen in het onderwijs in het algemeen? 

  • De opleiding en de hogeschool voorzien dan een noodscenario dat zal worden meegedeeld per mail en via het online platform ‘Canvas’. 

 

e)    Wat moet de student doen als hij tot een risicogroep behoort?

Studenten die behoren tot een risicogroep of die samenleven met personen die behoren tot een risicogroep nemen contact op met de huisarts en volgen het advies van de huisarts. De student neemt daarna contact op met de zorgcoördinator van de lerarenopleiding om te bekijken hoe de stage kan ingevuld worden.

 

f) Kan een stageschool een negatieve test eisen van een student? 

  • Een stageplaats kan aan stagiairs - net zoals aan haar werknemers - niet vragen dat men bewijs aflevert van een coronacertificaat. Het COVID-safe ticket (CST) is momenteel van toepassing in een welbepaalde context. Vind meer informatie over het CST als toegangsvoorwaarde
  • Dit betekent dan ook dat een stagiair geen negatieve test of vaccinatiebewijs dient voor te leggen bij aanvang van een stage.  
  • Preventief testen voor aanvang van een stage is weinig waardevol: het gaat om een momentopname zonder garantie dat de stagiair de dag nadien niet besmet wordt of besmettelijk is. Het strikt volgen van de regels rond hygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn essentieel, alsook het zich laten testen als de stagiair symptomen zou hebben.   

 

g)  Mag een stageplaats een student verplichten om zich te laten vaccineren? 

Neen. Vaccinatie is voorlopig voor niemand verplicht maar wel sterk aanbevolen. De werkgever heeft geen inzagerecht in de medische gegevens, waaronder de vaccinatiestatus van het personeel en kan het personeelslid dus niet weigeren op basis van de vaccinatiestatus. Naar analogie kan ook een stagiair niet verplicht worden om zich te laten vaccineren vooraleer de stage aan te vatten. 

 

Elien Peeters
Praktijkcoördinator Leraar Kleuteronderwijs Campus Vorselaar
T 014 50 81 75