Focus op Wiskunde 2022

Op 26 januari 2022 organiseren we onze 4de studienamiddag ‘Focus op wiskunde’ voor leraren wiskunde van de 1ste en 2de graad secundair onderwijs in samenwerking met de pedagogische begeleidingsdiensten van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en van het GO!

Ilse De Boeck, docent wiskunde Lerarenopleiding Thomas More Kempen heeft opnieuw voor een ruim aanbod gezorgd! Vanzelfsprekend komen de nieuwe topics in de eindtermen van de 2de graad (zoals logica, lineaire regressie, spreidingsdiagrammen, grafen ...) aan bod. We verliezen de didactische thema's echter niet uit het oog (DI, werkvormen ...). Ook voor de B-stroom voorzien we input.

Je kan een keuze maken uit boeiende praktijkworkshops, on campus of online.

Programma - op de campus 

13.00 uur - 13.30 uur onthaal met koffie en bezoek leermiddelenbeurs
13.30 uur - 15.00 uur sessie 1 met keuze uit:

1. Aan de slag met de nieuwe eindtermen statistiek in de eerste en de tweede graad.
In deze workshop staan we stil bij de nieuwe eindtermen statistiek in de eerste en de tweede graad en reiken we handvaten aan om er didactisch bevlogen mee om te gaan. Volledig in de geest van het nieuwe curriculum doorlopen we de stappen die horen bij een statistisch onderzoekje – onderzoeksvraag opstellen, data verzamelen, data verwerken en analyseren, en conclusies trekken – en geven we enkele voorbeelden van werkvormen die het inzicht van leerlingen stimuleren bij het interpreteren van statistische gegevens en resultaten. Tot slot staan we stil bij een aantal nieuwe zaken voor de tweede graad en bekijken we wat het verschil is tussen de statistiek van de eerste en de tweede graad.
   door Ellen Vandervieren, professor statistiek en vakdidactiek wiskunde UAntwerpen

2. Spreidingsdiagram en trendlijn in de 2de graad doorstroomfinaliteit. - Hoe pak je het aan in de klas?
In de lessen wetenschappen en in de media komen leerlingen trendlijnen tegen: rechten, of krommen, die een verzameling datapunten in een spreidingsdiagram zo goed mogelijk weergeven. In het kader van de herwerking van de eindtermen is daarom beslist om in de doorstroomfinaliteit een eindterm voor wiskunde op te nemen waarin deze begrippen aan bod komen, met als doel dat leerlingen ze met meer kennis van zaken kunnen gebruiken in andere vakken en in ‘het dagelijkse leven’. 
We verzorgen op deze Focus op Wiskunde twee sessies over dit onderwerp. In de deze sessie leer je hoe je met deze leerinhouden aan de slag kunt gaan in de klas. Hoe breng je de begrippen aan? Hoe help je leerlingen de overgang maken van de ‘exacte wiskunde’ naar het werken met een benaderend model? Hoe diep ga je in op de wiskundige achtergrond? Welke wiskundige kern blijft er over als je leerlingen haast alles met ICT laat doen? Opmerking: De sessies vormen een geheel, maar veronderstellen geen voorkennis uit de andere sessie, zodat je aan de sessies in elk van beide volgordes kunt deelnemen.
   door Johan Deprez, vakdidacticus wiskunde en programmadirecteur educatieve master in de wetenschappen en technologie KULeuven.

3. Hoe omgaan met basis en verdieping in de leerplannen wiskunde eerste graad? Een leidraad voor vakgroepen.
Waarom werken met basis en verdieping? Op het einde van de eerste graad oriënteer je je leerlingen naar de D-finaliteit, D/A-finaliteit of A-finaliteit van de tweede graad en daarbinnen naar een bepaalde studierichting met een bijhorend niveau van wiskunde. Daarbij is het belangrijk om te weten of leerlingen enkel een basisniveau kunnen bereiken of dat ze meer verdieping aankunnen. In deze workshop denken we samen na over de verschillende mogelijkheden tot verdiepen en we maken hierbij gebruik van de drie assen van differentiatie die toegepast worden in de leerplannen KathOndVla van de eerste graad. Pedagogisch begeleider Nico Brebels licht dit toe vanuit het nieuwe leerplanconcept. We passen deze vormen van differentiatie zowel toe in onze lessen als tijdens de evaluaties en we bespreken de mogelijkheden om als vakgroep sterke instrumenten te ontwikkelen die ons helpen bij het oriënteren van de leerlingen naar de tweede graad.
Aanvulling: Het kan zinvol zijn om enkele evaluaties mee te brengen naar de workshop zodat we de theorie onmiddellijk kunnen koppelen aan de praktijk. De nieuwe leerplannen wiskunde a-stroom en b-stroom KathOndVla worden hierbij als uitgangspunt genomen. Deze leerplannen ter beschikking hebben tijdens de workshop is een meerwaarde.
  door Nico Brebels, pedagogisch vakbegeleider wiskunde Katholiek Onderwijs Vlaanderen  

4. Materiaal voor uitdagende wiskundelessen
De onderwerpen die aan bod komen, zijn bruikbaar zowel in de A- als in de B-stroom. Je maakt kennis met tal van verschillende materialen waarmee je makkelijk kan differentiëren. De workshop begint met een stukje magie en het maken van toverdozen. Pentominopuzzels zijn toepassingen op symmetrie en schaal. Zelfgemaakte vlinders kunnen nadien het wiskundelokaal mooi versieren. Met origami krijg je een leuke les meetkunde. Omdat leerlingen (zeker in de B-stroom) houden van heel wat afwisseling, zijn er ook een aantal verschillende voorbeelden om bewerkingen met breuken te geven. Clicsblokken vormen een perfect hulpmiddel om het inzicht in de ruimte aanzienlijk te verbeteren. Er is ook materiaal bij eenvoudige breinbrekers. De puzzelkampioen van deze workshop wint een zelfgemaakte Pi-rebus!
   door Odette de Meulemeester, oud-leerkracht wiskunde KSO Glorieus Ronse 

5. Redeneren met grafen.
Met grafen kun je complexe situaties modelleren die heel relevant zijn in onze maatschappij: metronetwerken, routeplanners, sociale netwerken, het internet… Grafentheorie is wiskundig heel rijk en is tegelijk erg toegankelijk. Met een klein beetje basiskennis kun je al snel mooie redeneeroefeningen maken en net dat maakt het een interessant onderwerp voor in de klas. Ook leerlingen die niet vaardig zijn in algebra, kunnen met grafen snel tot echt wiskundige denkactiviteiten komen. 
Problemen oplossen met grafen is een nieuwe eindterm in de tweede graad. Voor heel wat leraren is dit onderwerp onbekend of uit het oog verloren. Via een reeks uitdagende probleempjes die je rechtstreeks in de klas kunt gebruiken, verkennen we in deze workshop de basisbegrippen en -concepten uit de grafentheorie. Bovendien leggen we de link met de lessen algoritmiek: we onderzoeken enkele bekende algoritmen waarmee we problemen kunnen oplossen die worden gemodelleerd met grafen.
   door Els Vanlommel, leerkracht wiskunde Heilig Hart van Maria Berlaar 

6. Python in de wiskundeles.
Python is een moderne programmeertaal waarmee algoritmen kunnen worden vertaald naar instructies die de computer kan uitvoeren.
Computationeel denken speelt hierbij een belangrijke rol. 
Na een korte introductie van deze programmeertaal komen allerlei onderwerpen en voorbeelden aan de orde:
Eenvoudige algoritmen voor het oplossen van wiskundige problemen: 
•    turtle Graphics waarmee mooie plaatjes gemaakt kunnen worden.
•    vlakvullingen en onmogelijke figuren.
•    algoritmen voor het vinden van de kortste verbinding in een graaf (Prim algoritme) 
•    algoritmen  voor het indelen van data in klassen (K-means algoritme)
       door Bert Wikkerink, leraar wiskunde CSG Liudger in Drachten

15.00 uur - 15.30 uur drankpauze met leermiddelenbeurs

15.30 uur - 17.00 uur sessie 2 met keuze uit:
1. Ontwikkelingsgericht evalueren binnen de modernisering SO
In deze sessie duiken we dieper in een aantal wiskundedoelen van de vernieuwde tweede graad. We staan stil bij de samenhang van een aantal doelen en de wijze waarop doelen met een transversaal karakter kunnen aangepakt worden.
Expliciete aandacht besteden we aan de evaluatie van de doelen. Daarbij leggen we de focus op het ontwikkelingsgericht evalueren. We bespreken hoe we feed up, feedback en feed forward kunnen integreren in de lessen. Daarbij hebben we ook aandacht voor de mogelijkheden die de digitalisering ons hier biedt. Ook hoe de beoordelingscriteria vervat zitten in de formulering van het leerplandoel behandelen we tijdens deze sessie.
   door Mark Verbelen, pedagogisch adviseur SO wiskunde van het GO! 

•    2. Logica & Bewijzen in de hervormde tweede graad
In deze workshop frissen we de kennis van de aanwezigen op over de nieuwe inhouden rond logica (waarheidstabellen, logische poorten &  omgangstaal versus wiskundetaal) en laten we zien hoe je deze nieuwe inhouden op een zinvolle manier kan inbedden in je lessen met aangepaste werkvormen. 
Daarnaast leggen we de link met bewijsvoeringen. Wie aan bewijzen denkt in de 2e graad, komt snel terecht bij klassiekers zoals de irrationaliteit van wortel 2, de stelling van Thales, gelijkvormigheidskenmerken … Toch zijn er vele andere bewijsjes mogelijk als alternatief of aanvulling op deze klassiekers. In het nieuwe curriculum is aandacht voor het opstellen van een wiskundig bewijs verplicht, maar de keuze van concrete bewijzen volledig vrij. Daarom bieden we de aanwezigen tal van inspiratie voor een zinvolle leerlijn rond bewijsjes, die je kan aanpassen aan je leerlingenpubliek.  We steunen hiervoor op tal van vakdidactisch onderzoek rond dit thema.
De heel praktische insteek van de workshop zorgt ervoor dat je meteen aan de slag kan in je lessen. 
   door Filip Moons, doctoraal onderzoeker binnen de wiskundedidactiek aan de UAntwerpen, actief bij de Vlaamse Vereniging voor WiskundeLeraars (VVWL) en Uitwiskeling.

•    3. Spreidingsdiagram en trendlijn in de 2de graad doorstroomfinaliteit - Goede praktijkvoorbeelden 
In de lessen wetenschappen en in de media komen leerlingen trendlijnen tegen: rechten, of krommen, die een verzameling datapunten in een spreidingsdiagram zo goed mogelijk weergeven. In het kader van de herwerking van de eindtermen is daarom beslist om in de doorstroomfinaliteit een eindterm voor wiskunde op te nemen waarin deze begrippen aan bod komen, met als doel dat leerlingen ze met meer kennis van zaken kunnen gebruiken in andere vakken en in ‘het dagelijkse leven’. 
We verzorgen op deze Focus op Wiskunde twee sessies over dit onderwerp. 
In deze sessie werk je rond een aantal sprekende voorbeelden. In het onderwijs van statistiek en modelleren zijn goede voorbeelden cruciaal. Denk hierbij aan voorbeelden met een zinvolle context en met een interessante vraagstelling als vertrekpunt. Goede voorbeelden zijn zo geselecteerd dat ze leerlingen warm maken voor de onderliggende wiskunde. Ze laten leerlingen kennismaken met wat je in de praktijk kunt ontmoeten wanneer je met trendlijnen werkt. En ze laten leerlingen nadenken over de zin en onzin van de wiskundige berekeningen die ze ermee uitvoeren. Wat betekent het model dat we zoeken? Hoe is het tot stand gekomen en wat zegt het over het fenomeen dat we willen bestuderen? Wat voor vragen kunnen we beantwoorden met ons model? Wat voor vragen kunnen we niet beantwoorden? Is een rechte een goed model? Zijn de gegevens waarvan we vertrekken wel betrouwbaar? Wat is het verschil tussen correlatie en causatie? 
Opmerking: De sessies vormen een geheel, maar veronderstellen geen voorkennis uit de andere sessie, zodat je aan de sessies in elk van beide volgordes kunt deelnemen. 
    door prof. dr. ir. Giovanni Samaey, Numerieke Analyse en Toegepaste Wiskunde (NUMA) KULeuven 

•    4. Complexe getallen
Door over te stappen op complexe getallen, komen veel verschillende soorten wiskunde mooi bij elkaar. Complexe getallen zijn op zich niet moeilijk, maar de veelheid van die verschillende soorten wiskunde vaak wel. Na een korte artistieke en historische inleiding, gaan de deelnemers eerst tekenen en dan rekenen met complexe getallen. 
De deelnemers zullen ontdekken dat ze met algebra precies die oplossingen vinden die ze op papier getekend hebben, tenminste als ze de algebra foutloos uitgevoerd hebben. Het idee erachter is dat wie de bewerkingen in het complexe vlak kan tekenen een beter begrip heeft van wat de algebra van complexe getallen betekent. Tekenen kan dus een waardevolle toevoeging zijn.  We laten verder ook een aantal mooie toepassingen zien zoals Mandelbrot verzamelingen en Julia Fractals. Door de grilligheid heen ziet iedereen de regelmaat van herhalingen, vergrotingen en draaiingen. Ook de draaiing in het rooster in het werk "Prentententoonstelling" van Escher is gebaseerd op complexe getallen. 
    door Henk Hietbrink, docent wiskunde bij Hermann Wesselink College

•    5. Reken af met rekenangst - wiskundig en probleemoplossend denken versterken in de A-finaliteit
Tijdens deze sessie beleven we een doordeweekse dag van een leerling uit het beroepsonderwijs. We merken dat het dagelijks leven doorspekt is met cijfers, getallen en met wiskundige realiteit. Leerlingen uit de A-finaliteit menen dikwijls tegen complexe problemen en wiskundige obstakels aan te lopen. Aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden in functionele contexten reiken we tools aan om doordacht met rekenvaardigheden aan de slag te gaan. Zo krijgen de leerlingen meer vertrouwen in eigen kunnen en groeien ze in hun persoonlijke rekenvaardigheden. Uiteraard houden we onze praktische voorbeelden tegen het licht van de nieuwe eindtermen en leerplandoelen en geven we suggesties hoe u ze kan realiseren in samenhang met andere sleutelcompetenties.
   door Maarten De Beucker,  leraar PAV aan het Scheppersinstituut in Deurne;  assistent vakdidactiek PAV/MAVO UAntwerpen en pedagogisch begeleider algemene vorming in de A-finaliteit (PAV/MAVO) voor CEBECO binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen & Michèle Houben,  lector PAV aan de lerarenopleiding Thomas More Kempen

Inschrijven voor het programma op campus Vorselaar kost 55 euro

Schrijf je in voor het programma on campus

Programma – online

13.30 uur - 15.00 uur sessie 1 met keuze uit:
1. Ontwikkelingsgericht evalueren binnen de modernisering SO
In deze sessie duiken we dieper in een aantal wiskundedoelen van de vernieuwde tweede graad. We staan stil bij de samenhang van een aantal doelen en de wijze waarop doelen met een transversaal karakter kunnen aangepakt worden.
Expliciete aandacht besteden we aan de evaluatie van de doelen. Daarbij leggen we de focus op het ontwikkelingsgericht evalueren. We bespreken hoe we feed up, feedback en feed forward kunnen integreren in de lessen. Daarbij hebben we ook aandacht voor de mogelijkheden die de digitalisering ons hier biedt. Ook hoe de beoordelingscriteria vervat zitten in de formulering van het leerplandoel behandelen we tijdens deze sessie.
   door Mark Verbelen, pedagogisch adviseur SO wiskunde van het GO! 

2. Logica & Bewijzen in de hervormde tweede graad
In deze workshop frissen we de kennis van de aanwezigen op over de nieuwe inhouden rond logica (waarheidstabellen, logische poorten &  omgangstaal versus wiskundetaal) en laten we zien hoe je deze nieuwe inhouden op een zinvolle manier kan inbedden in je lessen met aangepaste werkvormen. 
Daarnaast leggen we de link met bewijsvoeringen. Wie aan bewijzen denkt in de 2e graad, komt snel terecht bij klassiekers zoals de irrationaliteit van wortel 2, de stelling van Thales, gelijkvormigheidskenmerken … Toch zijn er vele andere bewijsjes mogelijk als alternatief of aanvulling op deze klassiekers. In het nieuwe curriculum is aandacht voor het opstellen van een wiskundig bewijs verplicht, maar de keuze van concrete bewijzen volledig vrij. Daarom bieden we de aanwezigen tal van inspiratie voor een zinvolle leerlijn rond bewijsjes, die je kan aanpassen aan je leerlingenpubliek.  We steunen hiervoor op tal van vakdidactisch onderzoek rond dit thema.
De heel praktische insteek van de workshop zorgt ervoor dat je meteen aan de slag kan in je lessen. 
   door Filip Moons, doctoraal onderzoeker binnen de wiskundedidactiek aan de UAntwerpen, actief bij de Vlaamse Vereniging voor WiskundeLeraars (VVWL) en Uitwiskeling.

3. Spreidingsdiagram en trendlijn in de 2de graad doorstroomfinaliteit - Goede praktijkvoorbeelden 
In de lessen wetenschappen en in de media komen leerlingen trendlijnen tegen: rechten, of krommen, die een verzameling datapunten in een spreidingsdiagram zo goed mogelijk weergeven. In het kader van de herwerking van de eindtermen is daarom beslist om in de doorstroomfinaliteit een eindterm voor wiskunde op te nemen waarin deze begrippen aan bod komen, met als doel dat leerlingen ze met meer kennis van zaken kunnen gebruiken in andere vakken en in ‘het dagelijkse leven’. 
We verzorgen op deze Focus op Wiskunde twee sessies over dit onderwerp. 
In deze sessie werk je rond een aantal sprekende voorbeelden. In het onderwijs van statistiek en modelleren zijn goede voorbeelden cruciaal. Denk hierbij aan voorbeelden met een zinvolle context en met een interessante vraagstelling als vertrekpunt. Goede voorbeelden zijn zo geselecteerd dat ze leerlingen warm maken voor de onderliggende wiskunde. Ze laten leerlingen kennismaken met wat je in de praktijk kunt ontmoeten wanneer je met trendlijnen werkt. En ze laten leerlingen nadenken over de zin en onzin van de wiskundige berekeningen die ze ermee uitvoeren. Wat betekent het model dat we zoeken? Hoe is het tot stand gekomen en wat zegt het over het fenomeen dat we willen bestuderen? Wat voor vragen kunnen we beantwoorden met ons model? Wat voor vragen kunnen we niet beantwoorden? Is een rechte een goed model? Zijn de gegevens waarvan we vertrekken wel betrouwbaar? Wat is het verschil tussen correlatie en causatie? 
Opmerking: De sessies vormen een geheel, maar veronderstellen geen voorkennis uit de andere sessie, zodat je aan de sessies in elk van beide volgordes kunt deelnemen. 
    door prof. dr. ir. Giovanni Samaey, Numerieke Analyse en Toegepaste Wiskunde (NUMA) KULeuven 

4. Dé kerntaak van elke (wiskunde)leraar is er voor zorgen dat zijn/haar leerlingen zo veel mogelijk bijleren (en onthouden). Maar hoe organiseren we onze instructie zodat er optimaal geleerd,  geoefend én onthouden wordt? 
Honderd jaar cognitief wetenschappelijk onderzoek leverde een schat aan informatie op over hoe leerlingen bijleren, wanneer het enkel ‘lijkt’ alsof er geleerd wordt en wat het leren belemmert. Deze inzichten werden vertaald naar instructiestrategieën die uitermate effectief zijn, breed inzetbaar en  gemakkelijk implementeerbaar en over de verschillende leerjaren heen. Ze hebben één doel, nl. het leerrendement van leerlingen verhogen. 
Kristel Vanhoyweghen is auteur van het boek ‘‘Wijze Lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek’’ (gratis te downloaden). Ze gaf zelf 20 jaar wiskunde in het secundair onderwijs en doceerde wiskundedidactiek en het vak leren en ontwikkelen in de lerarenopleiding. In deze sessie deelt ze de belangrijkste en recentste inzichten, wat die betekenen voor wiskundeonderwijs en voegt tal van voorbeelden toe die je snel en gemakkelijk kan implementeren in je wiskundeles (ook op afstand).    
   door Kristel Vanhoyweghen, onderwijswetenschapper en onderzoeker Expertisecentrum Effectief Leren (ExCEL) aan Thomas More 

15.30 uur - 17.00 uur sessie 2 met keuze uit:
1. Aan de slag met de nieuwe eindtermen statistiek in de eerste en de tweede graad.
In deze workshop staan we stil bij de nieuwe eindtermen statistiek in de eerste en de tweede graad en reiken we handvaten aan om er didactisch bevlogen mee om te gaan. Volledig in de geest van het nieuwe curriculum doorlopen we de stappen die horen bij een statistisch onderzoekje – onderzoeksvraag opstellen, data verzamelen, data verwerken en analyseren, en conclusies trekken – en geven we enkele voorbeelden van werkvormen die het inzicht van leerlingen stimuleren bij het interpreteren van statistische gegevens en resultaten. Tot slot staan we stil bij een aantal nieuwe zaken voor de tweede graad en bekijken we wat het verschil is tussen de statistiek van de eerste en de tweede graad.
   door Ellen Vandervieren, professor statistiek en vakdidactiek wiskunde UAntwerpen

2. Spreidingsdiagram en trendlijn in de 2de graad doorstroomfinaliteit. - Hoe pak je het aan in de klas?
In de lessen wetenschappen en in de media komen leerlingen trendlijnen tegen: rechten, of krommen, die een verzameling datapunten in een spreidingsdiagram zo goed mogelijk weergeven. In het kader van de herwerking van de eindtermen is daarom beslist om in de doorstroomfinaliteit een eindterm voor wiskunde op te nemen waarin deze begrippen aan bod komen, met als doel dat leerlingen ze met meer kennis van zaken kunnen gebruiken in andere vakken en in ‘het dagelijkse leven’. 
We verzorgen op deze Focus op Wiskunde twee sessies over dit onderwerp. In de deze sessie leer je hoe je met deze leerinhouden aan de slag kunt gaan in de klas. Hoe breng je de begrippen aan? Hoe help je leerlingen de overgang maken van de ‘exacte wiskunde’ naar het werken met een benaderend model? Hoe diep ga je in op de wiskundige achtergrond? Welke wiskundige kern blijft er over als je leerlingen haast alles met ICT laat doen? Opmerking: De sessies vormen een geheel, maar veronderstellen geen voorkennis uit de andere sessie, zodat je aan de sessies in elk van beide volgordes kunt deelnemen.
   door Johan Deprez, vakdidacticus wiskunde en programmadirecteur educatieve master in de wetenschappen en technologie KULeuven.

3. Hoe omgaan met basis en verdieping in de leerplannen wiskunde eerste graad? Een leidraad voor vakgroepen.
Waarom werken met basis en verdieping? Op het einde van de eerste graad oriënteer je je leerlingen naar de D-finaliteit, D/A-finaliteit of A-finaliteit van de tweede graad en daarbinnen naar een bepaalde studierichting met een bijhorend niveau van wiskunde. Daarbij is het belangrijk om te weten of leerlingen enkel een basisniveau kunnen bereiken of dat ze meer verdieping aankunnen. In deze workshop denken we samen na over de verschillende mogelijkheden tot verdiepen en we maken hierbij gebruik van de drie assen van differentiatie die toegepast worden in de leerplannen KathOndVla van de eerste graad. Pedagogisch begeleider Nico Brebels licht dit toe vanuit het nieuwe leerplanconcept. We passen deze vormen van differentiatie zowel toe in onze lessen als tijdens de evaluaties en we bespreken de mogelijkheden om als vakgroep sterke instrumenten te ontwikkelen die ons helpen bij het oriënteren van de leerlingen naar de tweede graad.
Aanvulling: Het kan zinvol zijn om enkele evaluaties mee te brengen naar de workshop zodat we de theorie onmiddellijk kunnen koppelen aan de praktijk. De nieuwe leerplannen wiskunde a-stroom en b-stroom KathOndVla worden hierbij als uitgangspunt genomen. Deze leerplannen ter beschikking hebben tijdens de workshop is een meerwaarde.
  door Nico Brebels, pedagogisch vakbegeleider wiskunde Katholiek Onderwijs Vlaanderen  

4.  Redeneren met grafen.
Met grafen kun je complexe situaties modelleren die heel relevant zijn in onze maatschappij: metronetwerken, routeplanners, sociale netwerken, het internet… Grafentheorie is wiskundig heel rijk en is tegelijk erg toegankelijk. Met een klein beetje basiskennis kun je al snel mooie redeneeroefeningen maken en net dat maakt het een interessant onderwerp voor in de klas. Ook leerlingen die niet vaardig zijn in algebra, kunnen met grafen snel tot echt wiskundige denkactiviteiten komen. 
Problemen oplossen met grafen is een nieuwe eindterm in de tweede graad. Voor heel wat leraren is dit onderwerp onbekend of uit het oog verloren. Via een reeks uitdagende probleempjes die je rechtstreeks in de klas kunt gebruiken, verkennen we in deze workshop de basisbegrippen en -concepten uit de grafentheorie. Bovendien leggen we de link met de lessen algoritmiek: we onderzoeken enkele bekende algoritmen waarmee we problemen kunnen oplossen die worden gemodelleerd met grafen.
   door Els Vanlommel, leerkracht wiskunde Heilig Hart van Maria Berlaar 

Inschrijven voor het programma online kost 45 euro

Schrijf je in voor het programma online

Ilse De Boeck
Docent Wiskunde
Ann Verheyen
coördinator Donchecentrum
T 014 50 81 69